Roadtrip Rocky Mountains USA

De onvermijdelijke, typische West-Coast reis hebben we enkele jaren geleden gedaan. Toen reisden we een beetje rond tussen de highlights in Californië, Nevada en Arizona. Wat er deze keer op de planning stond was echter minstens even mooi. De Rocky Mountains van de Canadese grens tot Denver, en alles wat we onderweg tegenkomen. Het oorspronkelijke plan was om van Seattle naar Denver te rijden. Dat ging ook iets logischer en minder vermoeiend geweest zijn, maar het kwam praktisch niet uit.
Toch zijn we erg blij met onze lus. Lees verder en ontdek waarom!

Dag 1: Denver – Black Hills National Forest

Na een vertraagde toekomst in Denver pikken we onze huurauto op (Volkswagen Jetta 2 liter benzine) en rijden we door naar onze eerste slaapplaats. Sidney, Nebraska: Een klein plaatsje van 3 straten groot, bewust uitgekozen en al een eerste stap in de richting van onze eerste stop ’s anderendaags. Een onvergetelijke etappe in volledige duisternis. Vechten tegen de slaap en liedjes luidop meezingen: check. Nog nooit zo content geweest om in een motel toe te komen.

Onze eerste dag zou ons richting Black Hills National Forest brengen, waar ook Mount Rushmore te bezichtigen is. Omdat de route niet zover van Wounded Knee loopt, besloten we een ommetje te maken om ter plekke een indruk te krijgen wat er allemaal gebeurde op 29 december 1890. We were all wounded, at Wounded Knee. Zonder duidelijke signalisatie zou je er zo voorbij rijden. Enkele glooiende grasheuvels en een klein kerkhof met een monument. Als blanke Europeaan kan je niet anders dan je schuldig voelen voor wat hier gebeurd is. De situatie van de Native Americans in hun reservaten is dan ook schrijnend om te zien. We maken een praatje met enkele locals en geven onze eerste dollars uit aan lokale souvenirs. (Een dromenvanger…)

We zetten onze tocht door via de Badlands National Park en stoppen bij de Red Shirt Overlook voor een foto. Het weer ziet er grimmig uit en er hangt onheil in de lucht. We blijven jammer genoeg niet lang in dit prachtige park en rijden door richting Black Hills. Het volgende op het lijstje was de ‘Needles Highway’ . Een prachtige weg door het bergachtig landschap, en een absolute aanrader als je ooit in de buurt bent. Van de Needles Highway is het niet zo ver rijden naar de Crazy Horse Memorial en Mount Rushmore. We nemen een kijkje naar beide opmerkelijke beeldhouwwerken en zetten onze tocht verder naar onze eindbestemming voor vanavond: Deadwood.

Deadwood is een oude Western-stad, berucht door de vele goudzoekers en de gelijknamige serie. Het stratenplan is regelrecht uit een spaghettiwestern en is zeker de moeite om te bezoeken.

Na een traditionele Amerikaanse maaltijd (lees: vet), trekken we ons terug en maken we de balans op van de eerste dag. Wounded Knee, Badlands National Park, The Black Hills, Mount Rushmore, Crazy Horse National Memorial, Deadwood.. Wat een eerste dag! We kruipen voldaan onder wol.

Dag 2: via Sturgis naar Great Falls

De volgende stop ligt vrij ver: Glacier National Park. We besluiten om dit in 2 dagen te overbruggen. Eerst rijden we langs Sturgis, waar jaarlijks de hoogmis voor gemotoriseerde tweewielers plaatsvindt. Vandaag is er niet veel te beleven, maar toch leuk om eens gezien te hebben. Onze eindbestemming is Great Falls, maar we passeren vandaag nog een legendarisch monument: Little Bighorn.

Hier is het de blanke man, die op z’n doos gekregen heeft van de Indianen. Een merkwaardige plaats om te bezoeken, met enorme schat aan informatie van een lokale Texaanse park ranger. Een prachtige plaats met een grimmig verleden, waar ook veel veteranen van andere oorlogen begraven liggen tussen de serene grasheuvels.

We rijden door naar Great Falls, een industriële stad waar er eigenlijk niet zoveel te zien is. We kopen hier ons kampeergerief voor de komende dagen want morgen rijden we door naar Glacier National Park. We kiezen voor low-buget kampeergerief omdat we het waarschijnlijk zullen moeten achterlaten (doneren) ter plaatse en niet mee zullen kunnen pakken naar huis.

Dag 3 en 4: Glacier National Park

Een klein detail over het hoofd gezien: de verbindingsweg tussen oost en west Glacier is nog niet open. We zijn te vroeg op het jaar en de ‘Going-to-the-sun-road’ is nog niet (volledig) open. Rondrijden dan maar. Uiteindelijk blijkt dat het stuk dat we missen niet erg groot is, maar het is toch een flink stuk rond rijden, en jammer dat we die niet volledig kunnen afrijden. We rijden zover we kunnen in beide richtingen, op onze twee volledige dagen in Glacier.

We rijden van Great Falls direct door naar het Many Glacier hotel, waar we onze eerste hike inzetten naar Grinnell Lake. Op de route komen we sporen tegen van een beer, waar we toch een beetje nerveus van worden. We zijn er niet echt op voorzien, berenspray hebben we alleszins niet bij. Na onze prachtige wandeling van dit stukje Glacier rijden we naar St.Mary, waar we gelukkig nog een kampeerplaats konden boeken bij de KOA. Klein tip: als in in een park als Glacier of Yellowstone wilt kamperen: boek je plaatsen dan ver (VER) op voorhand.

Op de baan naar St. Mary worden we weer in de watten gelegd door dit prachtig stukje natuur: we zien onze eerste wilde beren! Na het opslaan van onze tent rijden we het park terug binnen, deze keer doen we de Going-to-the-sun-road zover we kunnen, tot net voor Logan Pass. We maken rechtsomkeer en kruipen onze tent in. Midden in de nacht worden we bezocht door een nieuwsgierig wild rendier.

Ook de 2de dag rijden we Glacier Park in. We hadden één van de laatste kampeerplaatsen in het park kunnen boeken bij Fish Creek, een prachtige camping vlakbij Lake Mcdonald. Maar omdat het weer enorm is omgeslaan en het vrij hard regent vandaag, besluiten we de etappe van morgen vandaag al half te overbruggen en te overnachten in Helena. We passeren toch even langs de camping om onze campeerplek te kunnen gunnen aan een andere kampeergast en we rijden richting Helena.

Dag 5: Helena

Helena, MT ligt verborgen tussen de bergen en is de hoofdstad van Montana. Zoals vele steden uit de regio gesticht waar men destijds goud vond. Via internet vinden we een zeer tof adresje om een heerlijke buritto te eten: Karmadillo’s boven op de Reeder’s Alley, een authentiek bewaard stukje geschiedenis en een uitstekende weergave van het oude Helena van de goedzoekers. Op weg naar huis besluiten we toch een bear spray te kopen voor ons avontuur dat voor de boeg ligt: Yellowstone.

Dag 6 – 8: Yellowstone National Park

Eerste kleine tip voor Yellowstone: boek je kampeerplek ver op voorhand. Mits je gebonden bent aan vast kampeerplaatsen binnen het park, en logeren buiten het park ervoor zorgt dat je véél tijd verliest, zijn de plaatsen rap weg. Wij bleven 3 nachten in Yellowstone, en de enige optie die we hadden was 1 nacht logeren bij Bridge Bay, 1 nacht bij Grant, om dan terug te keren naar Bridge Bay. Niet erg handig dus. Hoe dan ook, we waren blij dat we alsnog een kampeerplaats hadden, en dat we niet verplicht waren om te logeren in één van de hotels, die vrij duur zijn.

Cinnamon Black Bear

De rit naar Yellowstone, noch de directe omgeving (ten noord) is op zicht niet meteen iets speciaals. Zeker in vergelijking met Glacier, waar je bergen en grote meren hebt is het minder imposant. De magie van Yellowstone zullen we later ontdekken. Het is een erg eigenaardige en speciale plaats. En dat brengt me naadloos bij de 2de tip: voorzie je van kledij voor elk weer.

We rijden Yellowstone binnen via het noorden en bezoeken eerst Mammoth Hot Springs. Een eigenaardige warmwaterbron en de eerste must-see van het park. Op onze weg verder naar het zuiden komen we meteen onze eerste beren tegen langs de kant van de weg, en enkele kilometers later ook de eerste bisons. Het valt meteen op dat Yellowstone érg groot is, en dat we de komende dag toch nog vrij veel in de auto zullen doorbrengen, al is het maar om van punt A naar B te geraken.

Na onze rit van Helena naar onze kampeerplaats zetten we ons tent op en gaan we eten bij de prachtige Lake Lodge Cafeteria waar we ons kunnen warmen aan het haardvuur en een lekker stukje lokaal wild kunnen eten. We eten met zicht op Yellowstone Lake en enkele bizons. Om stil van te worden!

We worden absurd vroeg wakker, niet zozeer van het eerste licht en het opwarmen van onze tent, eerder van de koude. Het is koud, véél kouder dan we op voorzien zijn. Bij het openritsen van onze tent zijn we dan ook verwonderd dat we zo goed als ondergesneeuwd zijn. Niet meteen wat we dachten bij een trip in eind juli. Dat microklimaat is wat Yellowstone net zo uniek maakt. Het park bevindt zich namelijk volledig op een vulkaan. Morgen hebben we begeleide rondwandeling geboekt in Lamar Valley, dus vandaag exploreren we de andere to-do’s: Grand Canyon of the Yellowstone, Grand Prismatic Spring,… We rijden voornamelijk veel met de auto.

Die bewust avond slapen we op een andere plek, iets verder zuidelijk waar we wat meer beschutting hebben tegen de bomen, maar waar het nog steeds erg koud is ’s nachts. We staan om 5 uur op, om op tijd op onze afspraak te zijn aan de andere kant van het park. De dag voordien heeft ons geleerd dat het erg druk kan zijn op de ringweg van Yellowstone omdat bizons soms gewoon urenlang op de weg liggen of blijven staan. Op de baan naar Lamar Valley zien we enkele bizons een rivier overzwemmen terwijl de mist over het park hangt, een prachtig moment. Onze begeleide wandeling was niet meteen een meerwaarde, op enkele locaties na die je anders wellicht niet te zien krijgt. We zien weer wat nieuw wildlife en bezoeken een berenhol, waar de vacht van de beer nog aan de omringende takken hangt.

Na een heuse wandeling van ongeveer 5 uur rijden we naar de west entrance (Cooke City), waar we een streekbiertje drinken en iets stevig eten. De buitenlucht en de zware late lunch krijgen ons bijna klein. We rijden terug naar het park en naar onze kampeerplek, dezelfde als de eerste nacht. ’s Anderendaags staan we vroeg op, om Old Faithful nog eens te zien blazen en de Prismatic Spring nog eens te bekijken vanop een andere locatie. Dat bleek achteraf zeker de rit waard!

Dag 9: Yellowstone naar Grand Tetons

We nemen afscheid van het prachtige en absurde Yellowstone National Park en rijden door naar de Grand Tetons in het zuiden. Een bergenmassief met besneeuwde toppen zorgt voor idyllische landschappen en een prachtige rit. We gaan op ontdekking in de plaatselijke haven, en maken een matige wandeling rond Two Ocean Lake. Het is er eerlijk gezegd vergeven van de muggen, en de vooruitblik naar ons logement van de avond zorgt ervoor dat we voor donker terugrijden naar onze Ranch in Moran. (Heart Six) Daar slapen we in een tipi, wat al een kleine upgrade is van onze tent in Yellowstone. De ranch heeft een prachtige bar en een goed restaurant en een adembenemend uitzicht over de Tetons. We konden geen betere plek gekozen hebben om te logeren. Geïntrigeerd door het avontuur besluiten we een rondrit te boeken te paard voor ’s anderendaags.

Dag 10: Jackson Hole naar Idaho

In de voormiddag maken we een paardentocht van ongeveer 2 uur, met enkele prachtige zichten op de Tetons. Enkele leden van de groep weten minder weg met hun paard en houden ons af en toe wat op, maar dat bederft de pret niet. Deze paardenrit was voor mij één van de hoogtepunten van de reis. Het kwam even allemaal samen: een prachtige locatie, het tempo, connectie met het beest onder me.. Woorden schieten tekort !

Na deze idyllische ervaring rijden we door naar Swan Valley Idaho, maar we passeren eerst nog de Moulton Barn en Jackson Hole. De Moulton Barn moet zowat de beroemdste schuur van de hele wereld zijn. Jackson Hole is een oude cowboystad en ook in de winter the place to be voor skiërs. Mij sprak het persoonlijk minder aan. Ik hield meer van Deadwood of kleinere steden. We blijven er dan ook niet erg lang en rijden door naar Idaho, een staat die nieuw is. We verblijven in een soort bungalow, maar dan één met alles op en aan.

Dag 11: Salt Lake City

Van onze rustige overnachting in onze vallei in Idaho rijden we door naar een ietwat vreemde stad: Salt Lake City. In mijn oren vooral bekend van de winterspelen in 2002. Nog een belangrijk puntje van Salt Lake City: mormonen. We slapen vanavond in een B&B in een buitenwijk van de binnenstad. De weg naar Salt Lake City is plots weer aanpassen, zeker na de rustige buitenwegen van de voorbije dagen. Vooraleer we op stap gaan in de stad, rijden we eerst nog langs Antelope Island. Een schiereiland bereikbaar via een dijkweg. Mits het een ‘State Park’ is, geldt onze National Park Pass hier niet.

Toeval wil dat we hier net op ontdekking komen tijdens het seizoen van de knutten (kleine irritante mugjes). Dus in plaats van een lange wandeling besluiten we een scenic drive te doen. De ongelukkige toeristen die wél uitstappen worden onverbiddelijk aangevallen door de kleine insecten. We besluiten hierdoor niet te lang rond te hangen en door te rijden naar de stad. Het is er erg warm als we toekomen en we kunnen onze auto kwijt op een parking in het centrum van de stad.

We snuisteren wat rond bij de Mormoonse hoofdzetel, waar een eigenaardig en elitair sfeertje hangt. Het bevalt ons eerlijk gezegd niet echt en we beklimmen de heuvel naar de State Capitol Building, vrij te bezoeken en met een prachtig uitzicht op de stad en de omringende bergen. Eerder een aanrader dan de Mormoonse tempels. We eten iets in een foodcourt en rijden door naar onze B&B, uitgebaat door een eigenaardige kerel. Salt Lake City is duidelijk onze stad niet en we kijken al uit naar ’s anderendaags, om weer in de natuur te zijn. De sushi van Takashi kan ons toch wat afleiden.

We raken aan de praat met een Amerikaans koppel: “Salt Lake City heeft alles in huis om een uitstekende, hippe stad te zijn. Er zijn tal van bergen in de omtrek voor winter- of zomersporten, het ligt geografisch goed gelegen en heeft alle recepten om een echte metropool te worden. Maar de stad wordt klein gehouden door het Mormoons bestuur waardoor het geen aantrekkelijke plek wordt.”

Dag 12: Moab

Eigenlijk stond deze stop niet op onze route. Het was een Japanner in Yellowstone die maar niet kon ophouden over ‘Moab Utah’. Het duurde dan ook even eer we doorhadden over wat hij het had. Wij veronderstelden dat hij gewoon Japans aan het spreken was. Na wat opzoekingswerk leek het ons de ommetour wel waard. Voornamelijk: Arches National Park, wat iets verder ligt dan Dinosaur, wat eerder op de planning stond.

De baan naar Arches, en Arches zelf is net als rijden in een western-postkaart. Enorme verzichten en rode steen rondom, ‘A Horse With No Name’ op de achtergrond, een mens kan dromen. Het is er wel erg warm, wat niet noodzakelijk een nadeel is mits de warmte erg droog is. Op aanraden van het Amerikaans koppel in de sushibar doen we de hike naar de Landscape Arch, zowat de grootste natuurlijke overspanning ter wereld. In 1991 viel er een stuk af, waar toen ook foto’s van gemaakt zijn.

Al bij al een prachtig landschap, met erg aparte zichten in vergelijking met Glacier, Yellowstone of de Tetons. Zeker de moeite waard, en het wel waard om een uurtje of 2 om te rijden. Ook Moab heeft een coole vibe, en na onze tocht door de prairie kunnen we smullen bij een heerlijk Thais restaurant.

Dag 13: Rocky Mountains

We raken stilaan aan het eind van onze roadtrip, maar we gaan nog niet naar huis vooraleer we de Rocky Mountains hebben ontdekt in Colorado. De laatste checkbox op onze reis. In de auto lees ik dat dit uitgerekend het weekend is van Pikes Peak, de befaamde Hill-Climb race. Ik kijk eens heel diep in mijn reisgezel haar ogen en kan een trip naar Pikes Peak versieren de dag nadien. Maar dat is voor morgen. We rijden eerst door naar waar we logeren, en dat is in de buurt van Grand Lake, CO.

Grand Lake is een echt vakantieoord aan een groot meer (je raadde het al). De ingang van Rocky Mountain National Park ligt vlakbij, en we besluiten het park in te rijden na een heerlijke maaltijd bij Sagebrush BBQ in Grand Lake. In het park worden we meteen getrakteerd op wilde elanden, vossen, marmotten,… Het is een prachtige plek, en de weg door het park gaat enorm hoog. Daglicht schiet een beetje te kort om volledig door te rijden, en ook om een uitgebreide wandeling te doen hebben we jammer genoeg niet erg veel tijd. Hier hadden we graag nog een dag of 2 langer verbleven.

Dag 14: Pikes Peak

Vandaag staat Pikes Peak op het programma. De race zelf (of de kwalificaties althans) halen we niet. Om dat te zien moet je astronomisch vroeg de berg op, en dat is echt niet haalbaar van waar wij logeren. De rit naar Pikes Peak is ongeveer 4 uur, omdat je eerst over enorme bergen moet en erna een heel stuk autostrade moet rijden. Verkeer rond Denver en een brandend dashboard lampje zorgen voor wat extra vertraging, maar uiteindelijk komen we aan bij Garden of the Gods. Onze eerste stopplaats, een soort van mini Arches omgeven door mooie bomen.

Pikes Peak ligt vlakbij, en de rit naar de top duurt ongeveer een uurtje. Ik besluit wijselijk het record van Pikes Peak niet aan te vallen met de Volkswagen, maar gewoon op het gemakje omhoog te rijden en te genieten van het adembenemend uitzicht over Colorado en van het wildlife die we onder de baan tegenkomen. Op de top blijven we niet lang. We krijgen al vrij rap last van de hoogte! Een sanitaire stop, wat foto’s en terug naar beneden. Remsporen op de baan verraden een iets minder rustig traject, enkele uren voorheen.

Wat we wél kunnen meemaken is de ‘fan gathering’ in Colorado Springs. We hebben geluk en vinden vrijwel meteen parkeerplaats en we trekken de stad in. Een fandag zou geen fandag zijn zonder meet en greet, dus ik neem van de gelegenheid gebruik om op de foto te gaan met Travis Pastrana. Een persoonlijke held sinds kinds af aan. Naast Travis had ik graag ook Michael Woolaway ontmoet, maar ik moet genoegen nemen met zijn zelfgebouwde motor. Ook Carlin Dunne van Ducati kan ik fotograferen, die jammerlijk de dag nadien verongelukt op de berg met zijn nieuwe Ducati Streetfighter.

Een episch einde van onze trip. Je helden in het echt ontmoeten, de mythische berg oprijden die je zoveel zag op tv, en al dat bovenop de mooie natuurlijke rijkdom waar we de voorbije 2 weken door omringd werden. We moeten nog 4 uur in de donker terug naar Grand Lake en dat blijkt een heuse uitdaging. We wisselen het stuur om de 15 minuten en moeten echt vechten tegen de slaap. ’s Anderendaags maken we ons valies en slagen we erin om al het gerief mee te nemen, ook het kampeergerief die we kochten! Een laatste plons in het zwembad en terug naar huis…

Samengevat

  • Leg je kampeerplaatsen in de National Parks ver op voorhand vast.
  • Koop een jaarpas voor alle parken, dat komt goedkoper uit (maar dekt niet altijd alle parken).
  • The Going-To-The-Sun-Road is niet heel het jaar door open, check dus zeker de openingstijden.
  • Als je moet kiezen tussen Mount Rushmore en The Needles Highway, kies dan het tweede.
  • Breng je camera mee (met telelens of goede zoom voor wildlife).
  • Berenspray wordt overal aangeraden maar is eigenlijk niet echt nodig.
  • Kampeer een extra nacht in de Rockies of Yellowstone en skip Salt Lake City.
  • Rij eens op een paard (Buddy is de beste :-D).
  • Blijf niet in de auto maar ga ook eens hiken (eventueel met gids).
  • Wissel je kampeerplaats af met een heerlijk glamping adres of een luxueuzer hotel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s